Verslag bijeenkomst 29 oktober 2014

Nederland kiest een nieuwe aanpak voor de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening, op voorstel van de deltacommissaris. Daarmee breekt een nieuwe fase aan: visievorming gaat nu over in uitvoering. Hoe zorgen we ervoor dat Nederland niet alleen veilig en klimaatbestendig blijft, maar ook aantrekkelijk? Die vraag stelde het ministerie van Infrastructuur en Milieu centraal tijdens de Manifestatie Ontwerp Delta.NL

Als Hans Tijl (directeur Ruimtelijke Ontwikkeling, ministerie van Infrastructuur en Milieu) de 150 deelnemers ’s middags welkom heet in de voormalige scheepswerf, is het debat al in volle gang. Tijdens de excursies in het ochtendprogramma hebben de meeste namelijk al aan de hand van een praktijkvoorbeeld over integraal ontwerpen gesproken (zie bijlage). Hans Tijl benadrukt de nieuwe rol van de rijksoverheid: niet voor de samenleving maar door de samenleving. Ontwerpend onderzoek kan daarbij helpen, door te verbeelden hoe de wateropgave met andere opgaven in een gebied te verbinden is.

Het middagprogramma bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De oogst: drie deskundigen trekken lessen uit hun ervaringen in het Deltaprogramma;
  • Het vervolg: drie deskundigen geven adviezen voor integraal ontwerpen in de nieuwe fase;
  • Een gesprek: start van een gezamenlijk gesprek over belangrijke thema’s voor het vervolg.

De oogst

Dagvoorzitter Hermen Borst (hoofd Ruimtelijk Ontwerp en plaatsvervangend directeur Ruimtelijke Ontwikkeling, ministerie van Infrastructuur en Milieu) nodigt drie sprekers uit om terug te blikken op de oogst van de afgelopen jaren en lessen te trekken: op welke manier is de ruimtelijke kwaliteit in het Deltaprogramma te borgen?

Yttje Feddes (directeur Feddes /Olthof Landschapsarchitecten) kan zich voorstellen dat sommigen teleurgesteld zijn, omdat het Deltaprogramma niet voor nieuwe, grootse oplossingen heeft gekozen. De echte vernieuwing van het Deltaprogramma zit volgens haar vooral in het proces. De strategieën borduren voort op de “usual suspects”: de dijken en de pompen. Die strategieën bieden veel kansen om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren, door combinaties te maken met natuur, recreatie en wonen. Feddes is van mening dat herstel van natuurlijke processen ook een doelstelling van het Deltaprogramma had moeten zijn. De grote innovatie van het Deltaprogramma ziet Feddes in de adaptieve werkwijze: slim omgaan met de factor tijd. Wat doen we nu, wat doen we later, wat kunnen anderen toevoegen? Voor de komende fase benadrukt zij het belang van een samenhangend beeld: voorkom dat de deelprogramma’s uiteenvallen in losse projecten.

Luc de Vries (projectmanager Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden) constateert dat zijn deelprogramma de wateropgave in de eerste jaren heel technisch benaderde. Een kantelpunt ontstond toen het programma werd uitgenodigd een ontwerp te maken voor de Internationale Architectuurbiënnale Rotterdam (2012). Zeven ontwerpbureaus kregen opdracht om te verkennen hoe de wateropgave te combineren is met andere ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De ontwerpers bleken in staat de technische kennis voor buitenstaanders te verbeelden, door in te zoomen op heel concrete situaties. Zij maakten de ruimtelijke consequenties van de wateropgave helder. Daarmee werd het ook voor burgemeesters en wethouders mogelijk mee te doen aan de discussie. De Vries adviseert ruimte te geven aan gemeenten en waterschappen voor ontwerpend onderzoek in de volgende fase.

Steven Slabbers (directeur Bosch Slabbers) vindt dat het Deltaprogramma alleen oplossingen moet accepteren die werken én waarde toevoegen. Ontwerpen kan als Esperanto dienen om taalbarrières tussen vakgebieden te overbruggen. Slabbers vindt het logisch dat Nederland doorgaat met de huidige strategie voor waterveiligheid: die is na 2000 jaar sleutelen op orde en laat zich goed onderhouden. Andere landen staan soms helemaal aan het begin. Als gidsland moeten we daar niet onze oplossingen, maar de weg naar oplossingen overbrengen, betoogt Slabbers. Ook moeten we de schaduwkanten van onze oplossingen niet verbloemen, maar juist met trots uitdragen: een gidsland is een land dat leert van zijn fouten en andere daarvoor behoedt. En tot slot: een goed koopman vernieuwt regelmatig zijn toonzaal. De Oosterscheldekering is inmiddels een icoon uit het verleden.

Het vervolg

Hoe geven we ruimtelijke kwaliteit concreet vorm in het vervolgproces? Dagvoorzitter Hermen Borst stelt deze vraag aan de directeur van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, de dijkgraaf van Waterschap Rivierenland en de Rijksadviseur voor Landschap en Water.

Richard Jorissen (programmadirecteur Hoogwaterbeschermingsprogramma) laat zien dat door de nieuwe normen van het Deltaprogramma een grote opgave voor de dijken ontstaat, vooral in het rivierengebied. De onveiligste plekken krijgen prioriteit. Jorissen onderscheidt drie mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Een ordentelijke landschappelijke inpassing is vaste prik bij een dijkversterking. Voor “meekoppelen” met andere ontwikkelingen is ook financiering van andere partijen nodig. Het accent in de financiering verschuift verder naar andere partijen bij het uitwisselen van een dijkversterking tegen een alternatieve oplossing zoals rivierverruiming. Een minder urgente dijkversterking kan met voorfinanciering van andere partijen versneld aan de beurt komen als dat wenselijk is om kansen voor meekoppelen of uitwisselen te kunnen benutten. Is het ook verantwoord een urgente dijkversterking juist uit te stellen ten behoeve van meekoppelen of uitwisselen? Jorissen vindt dat bestuurders in de regio die vraag moeten beantwoorden. Hij adviseert proactief na te denken over andere opgaven langs de dijk.

Roelof Bleker (dijkgraaf Waterschap Rivierenland) vindt dat waterschappen zich nog meer moeten inspannen om de dijk meer waarde voor de samenleving te geven. Dat vraagt heel wat van de organisatie. Om de kracht van marktpartijen te kunnen benutten, moeten waterschappen bijvoorbeeld andere contracten afsluiten en de kwaliteit anders bewaken. Ook het gesprek met bewoners is aan het verschuiven, van informeren naar samen ontwerpen. Bleker pleit ervoor dat waterschappen deskundigheid op het gebied van ruimtelijke kwaliteit in huis halen: we moeten ruimtelijke kwaliteit meer als een kans dan als een hobbel zien. Voorbeelden als de Diefdijk, Munnikenland, Noordwaard en de flexibele kering bij Zaltbommel laten zien dat het werkt. Rekening houden met ruimtelijke kwaliteit moet geen afvinklijstje zijn: we moeten van vinken naar vonken.

Eric Luiten (Rijksadviseur Landschap en Water) constateert dat de opgavenkaart van het Deltaprogramma driekwart van Nederland beslaat. Daaruit blijkt duidelijk dat de wateropgave een ruimtelijke opgave is. Daarom moeten we die opgave koppelen aan opgaven voor bijvoorbeeld natuur, stadsontwikkeling, infrastructuur en de energietransitie. De ruimtelijke ordening moet zich verhouden tot het Deltaprogramma en niet andersom, stelt Luiten. Luiten vindt het Deltaprogramma een complex gezelschapsspel. Dat roept vragen op over wie er aan zet is en wie de echte opdrachtgever is. Het risico bestaat dat de uitkomst vooral een onderhandelingsresultaat is. Om dat te voorkomen, moeten we een ambitie voor kwaliteit formuleren en bewaken. Het Rijk zou daar het voortouw in moeten nemen. Nederland heeft in de vorige eeuw een serie postzegels over de deltawerken uitgegeven. De vraag is: wat zou er op de volgende postzegel moeten staan?

Het gesprek

Het gesprek begint in de ‘frisse pauze’. De aanwezigen gaan met elkaar in debat en kunnen aanschuiven bij gesprekstafels. Hermen vraagt wat er zoal uit de gesprekstafels is gekomen:

  • Gesprekstafel ‘wat is bereikt’: Nu begint het werk pas echt. Hoe houden we de kennis van Ruimte voor de Rivier vast in de volgende fase? De innovatieve kracht van de markt is in de afgelopen fase onvoldoende benut: laat de markt met oplossingen komen. En leer ook van de kustateliers, daar voelden partijen zich gehoord.
  • Gesprekstafel ‘borging ruimtelijke kwaliteit’: Het Deltaprogramma moet integraal worden uitgevoerd, dat vinden ook de waterbeheerders aan de tafel. Voor nationale kaders is weinig enthousiasme: in MIRT en HWBP zijn al goede handreikingen beschikbaar. Kwaliteitsteams vinden sommigen ‘te veel toetsend’ en anderen juist een ‘goede prikkel voor kwaliteit’. De waterschappen aan tafel maken zich ook zorgen: komt de planning niet in gevaar bij uitgebreide gebiedsprocessen en integraal ontwerp? Zij vragen hier aandacht voor in het vervolgproces.
  • Gesprekstafel ‘hoe verder’: De gespreksgenoten pleiten voor een organisatie die gedurende langere tijd (langer dan vier jaar) stuurt, controleert en kaders stelt. In de vervolgfase zou het Deltaprogramma zich ook over kwaliteitsaspecten moeten uitspreken. Dat vraagt ook inzicht in de wisselwerking tussen waterveiligheid en ruimtelijke ontwikkeling, om tot optimale keuzen voor de BV Nederland te komen. En neem af en toe een rustpunt op in de planning: zijn we nog op de goede weg?

Hermen Borst nodigt de zaal uit om het gesprek gezamenlijk voort te zetten.

Blauwdruk of kompas

Door maatschappelijke weerstand pakte het Deltaplan anders uit dan oorspronkelijk bedacht. Is daar in het Deltaprogramma ook ruimte voor, vraagt Steef Buijs (Buijs Advies BV). Het Deltaprogramma is een adaptief programma, stelt Yttje Feddes, dus er zullen zeker andere oplossingen ontstaan. Luiten wijst op het concept van uitwisselen: dat geeft kansen voor nieuwe oplossingen binnen de gekozen koers. Ook Bart Parmet (directeur staf Deltacommissaris) is er zeker van dat er andere oplossingen komen: het Deltaprogramma biedt een kader en een kompas.

De kracht van de markt

Een ondernemer pleit ervoor de creativiteit van ondernemend Nederland te benutten om tot betaalbare oplossingen te komen. In Ruimte voor de Rivier kwam de markt laat aan bod, vindt Yttje Feddes. Voor het Deltaprogramma is een update van de spelregels nodig. Paul Vertegaal (Natuurmonumenten) vreest dat MIRT een traject van overheden onder elkaar wordt. Hij wijst erop dat maatschappelijke organisaties en bureaus het traject kunnen stimuleren.

Rol van ontwerp(ers)

Ontwerp is geen doel op zich, stelt Eric Luiten. Maar het levert wel veel op, brengt Henk Ovink (Rebuild by Design) in, als tenminste niet alleen professionals meedoen, maar ook burgers en bestuurders. Yttje Feddes ziet vooral kansen voor ontwerpend onderzoek voor de middellange termijn. Het Delta-atelier kan in een nieuwe vorm de plaats voor ontmoeting en kennisuitwisseling zijn. Zij stelt voor dat in ieder deelprogramma een ontwerpatelier of werkplaats van start gaat. Richard Jorissen nodigt partijen uit om met ruimtelijk ontwerp aan te haken bij de opgaven van het HWBP. Henk Ovink voegt daaraan toe: maak ook eens een ontwerp op programmaniveau in het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Succesfactoren en kansen

Roelof Bleker brengt de succesfactoren van Ruimte voor de Rivier in herinnering: er was een wettelijke opdracht uitgedrukt in centimeters waterstandsverlaging en ruimtelijke kwaliteit was een van de doelstellingen van het programma. Beide ontbreken nu, dat geeft een andere startpositie in het overleg met andere partijen. Het proces is inderdaad diffuser, beaamt Bart Parmet, maar dat geeft ook nieuwe kansen. Willem-Jan Goossen (Deltaprogramma Rivieren) adviseert voor de start van een MIRT-onderzoek te verkennen welke partijen meedoen.

Kwaliteit borgen

Als je er iets moois van wilt maken, haak dan in. Dat is volgens Luiten de nieuwe inzet van Rijkswaterstaat. Dat vereist een goed kwaliteitskader, zoals Rijkswaterstaat voor de Afsluitdijk heeft laten maken. Een kwaliteitskader kan allerlei vormen hebben, vindt Bart Parmet. In het HWBP is naar zijn mening een goede stap gemaakt met de handreiking ruimtelijke kwaliteit en we kunnen gebruikmaken van de ervaringen in Ruimte voor de Rivier. Kunnen we het proces zo inrichten dat de ruimtelijke kwaliteit, met inzet van ontwerp, gewaarborgd is? Uit de discussie hierover blijkt een duidelijke spanning tussen achteraf toetsen aan een kader (vinken) of vooraf de kwaliteit borgen (vonken). Iemand uit de zaal wijst op de projecten die voor Ontwerp Delta.NL zijn ingediend: maak er gebruik van!

Gewoon beginnen!

Henk Ovink krijgt het laatste woord in de discussie. Het is naar zijn idee heel Nederlands om eerst te bediscussiëren wie wat gaat doen en wie erover gaat. We gaan er allemaal over. Ga gewoon beginnen, is zijn pleidooi, en kies voor vernieuwing in het proces: Ruimte voor de Rivier was prachtig, maar probeer ook eens iets anders. Benoem twaalf testcases, ga met ontwerpateliers het land in. Maak realiteit van de innovatiegedachte en trek daar wat geld voor uit. Het ministerie kan het initiatief nemen, blijf niet hangen in de vraag of dat je rol wel is. Het Deltaprogramma biedt ons een schot voor open doel om kansen te benutten, maar we moeten de bal er wel met zijn allen in schieten.

Ontwerp Delta.NL

Dagvoorzitter Hermen Borst benadrukt dat de discussie met deze dag niet af is: hij gaat juist beginnen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu wil het debat verder inspireren met een (online) publicatie: 14 essays van deskundigen met verschillende achtergronden over ruimtelijke kwaliteit in het Deltaprogramma, 10 gesprekspunten die de essayisten hiermee agenderen en 52 inzendingen van integrale ontwerpen uit alle hoeken van het land. De publicatie staat op www.ontwerpdelta.nl.

De publicatie laat zien wat we in Nederland kunnen op het gebied van ontwerpen, ruimte en water, zo vat Hermen Borst de inhoud samen. Hij overhandigt een gedrukt exemplaar aan Joke Geldhof (gedeputeerde Noord-Holland), Roelof Bleker (dijkgraaf Waterschap Rivierenland) en Bart Parmet (directeur staf Deltacommissaris):

Joke Geldhof: “In het Deltaprogramma Kust hebben we veel baat gehad bij ontwerpend onderzoek in de kustateliers. Dat heeft onder meer de meegroeiconcepten opgeleverd. We hebben langs de kust geen acuut veiligheidsprobleem, maar wel een probleem met ruimtelijke kwaliteit. Hoe kunnen we ontwerp inzetten om investeerders te verleiden deze “gouden rand” van Nederland mooier te maken en rekening te houden met de wateropgaven op lange termijn?”

Roelof Bleker: “Het is een heel goed idee om in ateliers aan de slag te gaan met de opgave, en het is nog hartstikke leuk ook. Laten we dat gaan doen.”

Bart Parmet: “Het is niet makkelijk om tot besluiten te komen als er geen ramp heeft plaatsgevonden. Het is een prestatie van iedereen die heeft meegedaan, dat dat met het Deltaprogramma is gelukt. De kracht van het ontwerp heeft geholpen om een gezamenlijke taal te ontwikkelen en tot gedeelde ideeën te komen.”

Colofon

  • Organisatie: Joke Schalk (ateliermeester), Michiel van Dongen (projectleider Ontwerp Delta.NL), Dagmar Keim (senior ontwerper), Desiree Bokma (ontwerper), Milou Joosten (rijkstrainee), Felix van Zoest (stagiair)
  • Beeldverslag: Eva Hilhorst (Drawing the Times)
  • Tekstverslag: Renske Postma (tekstbureau Met Andere Woorden)