Joost Schrijnen, directeur Ruimte voor Ontwikkeling

Waardecreatie en innovatie door ontwerpend onderzoek

Bij het maken van ontwerpen vindt gewoonlijk onderzoek plaats: denk aan programmatische verkenningen, morfologisch onderzoek, de uitwerking van ruimtelijk-historisch perspectieven en sectorale ruimtelijke en functionele verkenningen. Die zijn nodig om vervolgens met een samenhangend voorstel te komen: een ontwerp voor een plan. De opleiding van ontwerpers bevordert het unieke - het briljante scheppende idee - en stimuleert de visuele en verbale overtuigingskracht van de ontwerper. Dat veroorzaakt ook problemen. De overtuiging en gehechtheid aan “de” vondst en aan het verworven inzicht beschouwt de ontwerper als zijn persoonlijke verdienste en eigendom. IJdelheid is dan vaak zijn lot.

Ontwerp als onderzoek

Door het ontwerp zelf als onderzoek te beschouwen, ontstaat een andere uitkomst. De bovengenoemde onderzoeken zijn in dat geval nog steeds nodig, maar het ontwerp wordt nu ingezet om mogelijke toekomsten te verkennen en te verbeelden. De bijzondere vermogens van de taal worden aangevuld of zelfs vervangen door de vermogens van het beeld. Een beeld kan dan meer zeggen dan duizend woorden. De ontwerpen verbeelden mogelijke toekomsten, en de ontwerper legt door het ontwerp de opties voor met daarin verbeelde en veronderstelde waarden. Het maatschappelijke, politieke of vakinhoudelijke gesprek over de opties wordt erdoor gestimuleerd en aan de mogelijke toekomsten kunnen data en kosten worden toegevoegd om het debat te ondersteunen. De ontwerper is dan dienstbaar aan een maatschappelijk proces.

Atelier IJmeer o.l.v. Dirk Frieling en Atelier Almere Amsterdam IJmeer 2030+ o.l.v. Teun Koolhaas

Atelier IJmeer o.l.v. Dirk Frieling en Atelier Almere Amsterdam IJmeer 2030+ o.l.v. Teun Koolhaas (bron: Joost Schrijnen)

Ontwerpend onderzoek is op deze manier al verschillende keren succesvol toegepast:

  • Architectuur International Rotterdam (AIR) in 1988 en volgende jaren: agenderende ontwerpstudies met meervoudige opdrachten aan gerenommeerde architecten en stedenbouwers voor specifieke delen van de stad en regio Rotterdam, zoals Kop van Zuid, Hoekse Waard en Alexanderpolder. Culturele manifestaties waren ook onderdeel van deze ontwerpende onderzoeken. Bestuurders, ambtenaren spraken over mogelijke toekomsten, in debatten met bewoners, kunstenaars en ontwerpers.
  • Het Zuidvleugel Atelier, vrijplaats voor provincie, steden en maatschappelijke en universitaire partners. Vrijplaats voor een ontdekkingsreis naar de netwerkstad Zuidvleugel, met  borging van de uitkomsten door de directe koppeling aan lijnorganisaties, directies en platforms van bestuurders. Ontdekking en doorvertaling naar onder meer Stedenbaan als langetermijnstrategie voor ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit in de netwerkstad.
  • Atelier IJmeer op initiatief van Dirk Frieling, en vervolgd door Atelier Almere Amsterdam IJmeer 2030+ onder leiding van Teun Koolhaas. Vrijplaats met interactie tussen individuele stakeholders van alle niveaus, aan de hand van een maquette met mogelijke toekomsten, uiteindelijk vertaald in bestuurlijk afspraken, Noordvleugelbrieven, convenanten en de Rijksstructuurvisie RRAAM.
  • Werkplaats Zuidwestelijke Delta, inspiratie, debat, ontwerpen en ontmoeten in de Delta, met onvermoede nieuwe interdisciplinaire contacten om de opgave in de delta van sectoraal en bekkengewijs te transformeren naar integraal en deltagericht. In vrijheid creërend en ook direct verbonden met een bestuurlijke stuurgroep.
  • De ontwerpopdrachten voor de verkenning van “business as usual” voor de deltabeslissing Rijn-Maasdelta, verbonden aan de directies die direct als medeopdrachtgevers meekeken hoe veelzijdig en verassend “business as usual” zoal niet kan zijn. Grote impact voor de vormgeving van de uiteindelijke deltabeslissingen.
  • Metropolitaan kustlandschap 2100 Vlaanderen. Vrijplaats met deskundigen en ministeriële betrokkenen samen met externen en de Vlaamse Bouwmeester als opdrachtgevend collectief voor een meerjarige ontwerpstudie naar opties voor de toekomst van de Vlaamse kust.
Het Zuidvleugel Atelier, vrijplaats voor provincie, steden en maatschappelijke en universitaire partners. Vrijplaats voor een ontdekkingsreis naar de netwerkstad Zuidvleugel

Het Zuidvleugel Atelier, vrijplaats voor provincie, steden en maatschappelijke en universitaire partners. Vrijplaats voor een ontdekkingsreis naar de netwerkstad Zuidvleugel (bron: Atelier Zuidvleugel)

Dergelijk ontwerpend onderzoek vertrekt soms vanuit een concrete opdracht om een ontwerp voor een bepaald vraagstuk uit te werken, maar vaak ook vanuit een algemenere wens naar verkenning van mogelijke toekomsten. Door het onderzoek wordt niet alleen het ontwerpvraagstuk aan de orde gesteld. Opdrachtgevers worden ook geconfronteerd met de vraag bij wie het opdrachtgeverschap of eigenaarschap van de opgave en het mogelijke vervolgproces ligt. En met de vraag of zij zich met de ontdekte waarden willen verbinden.

Hiermee kom ik tot de volgende stelling over de waarde van ontwerpend onderzoek: Ontwerpend onderzoek creëert waarden en (her)definieert de opdracht en het opdrachtgeverschap.

Mogelijke toekomsten Zuidwestelijke Delta

Mogelijke toekomsten Zuidwestelijke Delta (bron: H+N+S Landschapsarchitecten)

Vrijplaats

Ontwerpend onderzoek kan met en zonder opdrachtgever plaatsvinden. Een succesvolle bijdrage aan het gewenste maatschappelijk gesprek over de mogelijke toekomsten vereist enerzijds een grote vrijheid, een “vrijplaats” waar ontwerpers denkruimte hebben om “mogelijke” toekomsten te verkennen, zonder dat de eigen organisatie (lijn, bestuur of politiek) op voorhand beperkingen oplegt. Hierbij zijn overigens ook opties voor cyclische processen van belang. Immers, bewustwording leidt tot nieuwe denklijnen en soms zelfs tot terugval op de oorspronkelijke vraag. Ontwerpend onderzoek staat zo tussen onderzoek en beleidsontwikkeling in, of tussen beleidsontwikkeling, programmering en projectontwikkeling. Om een succesvol vervolg te kunnen geven aan ontwerpend onderzoek, moet er wel een verbinding zijn tussen de ontwerpers in de vrijplaats en de besluitvormers in de lijnorganisatie, het bestuur of de politiek. Enerzijds moeten de besluitvormers de vrijheid van denken mogelijk maken, anderzijds moeten zij ervoor zorgen dat de denklijnen die in vrijheid geboren worden, voeding geven aan de besluitvorming over beleid en uitvoering. Ontwerpend onderzoek kan in elke planfase vernieuwing teweegbrengen.

Dit brengt mij tot de volgende stelling voor de voorwaarde voor ontwerpend onderzoek: Voor ontwerpend onderzoek is een “vrijplaats" nodig, maar er moet verbinding zijn met de besluitvormers in de lijnorganisatie, het bestuur of de politiek.

In de huid van alle belangen

Ruimtelijk ontwerpen wordt vaak bestuurlijk geframed als illustratie bij een idee of als sectorale activiteit ter bevordering van ruimtelijke kwaliteit, in plaats van als creatie van mogelijke ideeën. Ontwerpen is de kunst van het verenigen van de vele ingangen (vaak gepercipieerd als belangen) die betrokken zijn bij het ontwerp van een gebouw, wijk, stadsdeel, regio of netwerkstad, of de openbare ruimte of landschappen in een ontwerp. Daarbij ontstaan vaak ineens onvermoede posities of potenties en worden belangen zichtbaar en mogelijk overbrugd. Dat is een van de grote potenties van de kunst van het ontwerpen. Die kunst goed verstaan, helder zijn in de afwegingen, weten dat er altijd meerdere opties zijn om belangen te wegen: dat maakt ontwerpen tot een fascinerende activiteit en beroep. De ontwerper moet in de “huid” van alle belangen kruipen. Het helder verbeelden en verwoorden van belangen moet daarom ook onderdeel zijn van het ontwerpend onderzoek; het sluitstuk is de afweging en keuze door de bestuurders.
Ontwerpen is dan ook een culturele activiteit die het bouwen zelf overstijgt. Niet het bouwproces staat centraal, maar het proces van waardecreatie in een maatschappelijke-publieke context. Door de crossovers van belangen en disciplines ontstaan innovaties.

Hiermee kom ik tot slot tot de volgende stelling over de urgentie van ontwerpend onderzoek:
Het proces van waardecreatie is net zo urgent als de afweging van belangen en de keuze van de oplossing.

Portret van Joost Schrijnen

Joost Schrijnen

Joost Schrijnen (1947) is in 1973 afgestudeerd als stedenbouwkundige aan de Technische Universiteit Delft. Hij is management consultant op het gebied van ruimtelijke ordening, via zijn eigen adviesbureau “Ruimte voor Ontwikkeling”. Schrijnen werkt op dit moment onder meer aan de toekomst van de Vlaamse Kust en de samenhang tussen mobiliteit en ruimte in stedelijke netwerken in Nederland. Daarvoor was hij onder andere programmadirecteur voor de Zuidwestelijke Delta in het kader van het Deltaprogramma, directeur Structuurvisie Almere 2030, directeur Ruimte en Mobiliteit bij de provincie Zuid-Holland en lid van de directie van de Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting Rotterdam. Ook was Schrijnen deeltijdhoogleraar Stedebouwkundig ontwerpen Stad en Regio en praktijkhoogleraar Strategie en Planning aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.