14 Essays

Hoe zorgen we ervoor dat het Deltaprogramma niet alleen goed werkt voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening, maar ook efficiënt is gecombineerd met andere ontwikkelingen en het landschap extra kwaliteit geeft? Deze vraag heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu in 2014 voorgelegd aan veertien kopstukken op het gebied van water en ruimte. Onder hen zijn wetenschappers, adviseurs, architecten en bouwers. Zij hebben hun sporen verdiend als expert op het gebied van waterveiligheid, bestuurskunde of landschapsarchitectuur, bij de overheid, de universiteit of in het bedrijfsleven. Ieder heeft vanuit zijn eigen invalshoek een essay geschreven over kansen voor ruimtelijke kwaliteit in het Deltaprogramma.

Relevante debatonderwerpen voor Deltaprogramma

Stuk voor stuk zijn de essays gepassioneerde betogen die intense betrokkenheid bij een veilig, mooi en leefbaar Nederland uitstralen. Ze geven de persoonlijke mening van de auteurs weer. Sommige inzichten komen in meerdere essays terug, in verschillende bewoordingen. Op andere punten verschillen de auteurs van mening. En lang niet altijd komen de inzichten overeen met het vastgestelde nationale beleid. In alle gevallen geven de essays stof tot nadenken. Ze vormen een agenda van relevante gesprekspunten over ruimtelijke kwaliteit in de uitvoering van het Deltaprogramma: onderwerpen waarover we met elkaar in debat moeten gaan.

Samenvatting van inzichten uit de essays

Kantelpunt

Alle essayisten lijken van mening dat er iets groots te gebeuren staat: het Deltaprogramma zal het Nederlandse landschap stukje bij beetje ingrijpend veranderen. Ze benadrukken dat Nederland nu op een kantelpunt staat: op de overgang van beleidsvoorbereiding naar de uitvoering van concrete maatregelen. Dit moment moeten we aangrijpen, zo is een vaak terugkomende essentie, om de ruimtelijke kwaliteit en een integrale aanpak in de uitvoering te waarborgen. Dat gaat niet vanzelf, zo stellen verschillende essayisten; het risico op terugval naar een sectorale aanpak is groot.

Integraal, adaptief, innovatief

Verschillende essayisten stellen dat de maatregelen van het Deltaprogramma zelf niet opvallend innovatief zijn. De innovativiteit zit, volgens een aantal essayisten, vooral in het streven naar cofinanciering, meekoppeling met andere ontwikkelingen en adaptief werken. Om dat voor elkaar te krijgen is net zo’n innovatief proces nodig als de afgelopen jaren in het Deltaprogramma: met alle betrokken overheden, bedrijven, kennisinstellingen en burgers samen tot oplossingen met meerwaarde komen. Dat is noodzakelijk, zo geven verschillende essayisten aan, omdat geen van deze partijen afzonderlijk de kennis en de mogelijkheden in huis heeft om tot een integrale aanpak te komen. Vrijwel alle essayisten zien daarbij grote kansen in het proces van ruimtelijk ontwerp: door samen aan een ontwerp te werken, ontstaat begrip voor elkaars belangen, komen nieuwe oplossingen in beeld en - essentieel voor de voortgang - ontstaat draagvlak voor maatregelen. Een van de essayisten benadrukt dat de ontwerpers in de volgende fase ook moeten kunnen omgaan met financieel-economische verdienmodellen en business cases. En een andere essayist tempert de verwachtingen op het gebied van integrale oplossingen: de eisen van waterveiligheid zijn uiteindelijk bepalend.

Verschillende essayisten wijzen erop dat de huidige aanbestedingsprocedures innovatieve oplossingen van de markt zouden belemmeren. De eerste toepassing van een innovatie is vaak niet de allergoedkoopste oplossing. Daarom zou gunning niet moeten plaatsvinden op basis van de laagste prijs, maar op basis van de goede kwaliteit tegen een redelijke prijs binnen het beschikbare budget.

Ruimtelijke kwaliteit

Het Deltaprogramma zal een nieuwe ‘laag’ toevoegen aan het landschap. Verschillende essayisten benadrukken dat deze nieuwe laag moet passen bij de historie van ons landschap. Over de wijze waarop dit kan gebeuren, lopen de ideeën uiteen. De één wijst op het belang van een gebiedseigen ontwerp dat inspeelt op de geschiedenis en de identiteit van de locatie en in overleg met omwonenden tot stand komt. Een ander is van mening dat het Rijk aan zet is om een Nationaal Kwaliteitskader Deltaprogramma vast te stellen om tot goede ruimtelijke kwaliteit te komen. Verschillende essayisten benadrukken dat er in gebiedsgerichte ontwerpprocessen ruimte moet zijn om tot nieuwe, onvermoede oplossingen te komen door kaders en uitgangspunten zo nodig ter discussie te stellen.

Een aantal essayisten wijst erop dat de uitvoering van dit Deltaprogramma ook de kans biedt om de schaduwzijden van eerdere deltawerken op te lossen, door de natuurlijke processen weer (deels) te herstellen en zo mogelijkheden voor natuurontwikkeling te bieden.

Bestuurlijke moed en ambtelijke inzet

Innovatieve, integrale oplossingen vragen van alle partijen dat zij over de grenzen van hun organisaties kijken, zo stellen verschillende essayisten. Zij zouden los van hun institutionele achtergrond vrijuit moeten kunnen nadenken over oplossingen waar iedereen baat bij heeft. Dat vraagt vooral iets van de bestuurders. Zij moeten hun medewerkers hier de ruimte voor bieden en stimuleren om met anderen in gesprek te gaan. Bestuurders die zich louter richten op de eigen taak of verantwoordelijkheid, belemmeren de zoektocht naar integrale oplossingen en cofinanciering. Een aantal schrijvers stelt dat van ambtenaren een nieuwe inzet wordt verwacht: zij moeten zich verdiepen in de opgaven van andere partijen, hun kennis verbreden en niet terugvallen op traditionele oplossingen als het moeilijk wordt. De ontwerper is dienstbaar aan het maatschappelijk proces door in het ontwerp opties voor te leggen en te verbeelden en het gesprek daarover te stimuleren.

Nederland, gidsland

Kan Nederland zijn positie als gidsland voor water en ruimtelijke planning handhaven? De nieuwe kennis en ervaring die het Deltaprogramma oplevert, kan Nederland goed vermarkten in de wereld, zo stellen sommigen. Daarbij moeten we ons realiseren dat de kracht van Nederland niet alleen in de bouw van waterstaatswerken ligt, maar ook in de manier waarop we water, ruimte en cultureel erfgoed met elkaar weten te verbinden. Verschillende essayisten zijn van mening dat Nederland ook moet investeren in nieuwe iconen; de Oosterscheldekering is zo langzamerhand “stoffig” aan het worden en past niet meer bij het nieuwe, adaptieve watermanagement, zo vinden zij. Een ontwerpwedstrijd, naar het voorbeeld van de wedstrijd Rebuild by Design (New York), zou het proces kunnen aanzwengelen. 

Voor al deze gesprekspunten zijn zowel  voors als tegens te bedenken. Een debat hierover is noodzakelijk om tot gedeelde uitgangspunten te komen voor het bereiken van integrale oplossingen en ruimtelijke kwaliteit. Het is belangrijk dat alle partijen die (mede)verantwoordelijk zijn voor een mooie, effectieve en eigentijdse uitvoering van het Deltaprogramma, meedoen met het debat over deze gesprekspunten. En tot die partijen behoren we uiteindelijk allemaal.